Comfortzone, learningzone… Hoe zit het met mijn eigen kader?

Ken je dat, dat je aan iets compleet nieuws begint, in het diepe springt, en dan moeite hebt dit binnen je eigen gevormde kadertje te passen? Dat kadertje kun je ook wel het randje van je comfortzone noemen, daarbinnen is alles wat je kent en kunt, het is veilig. Maar net op de rand, zelfs nog een beetje erbuiten, daar is de ‘learningzone’ en wil je groeien dan moet je toch echt daar zijn.

Bijna een jaar geleden begon ik met mijn merrie Fenna aan een instructeursopleiding voor werk aan de lange teugel. Een enorme uitdaging en voor mij aardig buiten het randje van die comfortzone. ‘Waarom begin je er dan aan?’ zal je misschien denken. Als ‘grondwerkmeisje’ wist ik weinig van dressuur, maar naarmate Fenna ouder werd ging mijn interesse toch steeds meer richting fysieke training. Hoe hou ik mijn paard gezond en fit? Want hoe ouder ze word, hoe minder dat vanzelf gaat. Net als bij mijzelf trouwens, maar dat terzijde.

Ik vond een opleiding in de klassieke dressuur, waar de basis ligt bij de biomechanica van het paard, en waar ook rekening word gehouden met het mentale deel. Die dressuur was wel een heel nieuwe wereld voor mij, ik wist zeker dat dit ons echt verder zou gaan helpen, maar we hadden nog zoveel te leren. Het was soms best even worstelen om dit in te passen  in onze manier van werken, vooral mentaal voor mij. En als ik er niet volledig in kan stappen dan gaat Fenna geen kant op, dan wacht ze echt tot ik heel zeker ben van mijn zaak en precies weet wat ik doe. Dat is heel mooi, maar niet zo praktisch als je impuls nodig hebt… En zonder impuls geen stromende rivier die je kan kaderen, en zonder kader… Afijn, dat cirkeltje is bekend.

Buck Brannaman kwam ons wederom te hulp met zijn quote. Want lange teugelwerk is wel zo’n beetje het ultieme kaderen! Je paard loopt voor je uit en het enige wat je hebt zijn die lange teugels, geen benen, geen zit en wel veel afstand. Geen wonder dat ze dit in Wenen pas oppakken als het paard aan de hand en onder het zadel goed is opgeleid, het word gezien als de kroon op het werk. En dus moesten we flink aan de bak om ook hier ons kader goed te krijgen, écht goed want je valt gelijk door de mand als er ergens een oneffenheid in één van je oevers zit. Compenseren is ook bijna niet te doen, althans, niet zonder dat het heel duidelijk zichtbaar is, je word je je heel bewust van jezelf, je eigen houding, je eigen manier van lopen, je timing en ritmegevoel.

Oké, dit werd me een beetje veel. Maar ik wilde hier zo graag beter in worden en dus hakte ik alles op in kleine stukjes. Ik werkte aan mijn houding en ‘loopje’ terwijl ik de hond uitliet, of met de kids naar school wandelde. Ik oefende met Fenna op alles wat we leerden, en probeerde dat een beetje spelenderwijs te doen. Het ging allemaal aardig, maar het werk aan de dubbele longe kostte ons wel wat bloed, zweet en tranen (nou ja, veel zweet en een beetje tranen, gelukkig geen bloed) en als we niet aan deze opleiding begonnen waren had ik nooit doorgezet. Dan had ik die dubbele longe in de kast gesmeten en lekker zonder touw in de wei gaan spelen.

Gelukkig kwam mijn competitiedrang om de hoek kijken, zodra ik in een groepje werk wil ik zeker niet achter blijven, en dan komt die drang in mij naar boven. Ik heb hem omarmd en gebruikt om door te zetten, ik kan dit! En het is gelukt, we zijn nu bijna een jaar verder en mijn pony is superknap in haar nieuwe sportlook. We trainen harder en serieuzer dan ooit, maar ze heeft veel meer lol in alles wat we doen, gewoon omdat ze zich goed voelt.

Het werk aan de lange teugel voelt nu ‘eigen’ en hoort echt bij onze bezigheden, ingekaderd en wel. En wonder boven wonder, werk aan de dubbele longe ook. Sinds we beiden ontdekt hebben hoe creatief je hiermee kunt zijn, hebben we er echt lol in! Ik kan dus wel zeggen dat ik uit mijn kadertje gebarsten ben, en heb mezelf maar gelijk een nieuwe aangemeten. Een flexibele deze keer want ik ben mooi niet van plan om te stoppen met groeien!

Kaderen

Het was stiekem best een beetje spannend toen Monya ging lezen of mijn schrijfstijl past bij haar visie. Want wanneer ik iets schrijf, dan leg ik daar namelijk iets van mezelf in, dus het voelde een beetje alsof ik zélf onder de loep genomen werd. Blij en trots was ik toen ze mailde met haar antwoord, voortaan kunnen jullie hier met enige regelmaat ook een artikel van mij lezen!

Nu weten de meesten van jullie niet eens wie ik ben en wat ik doe e in eerste instantie wilde ik dan ook een voorstel-verhaaltje schrijven, maar ik doe het niet. Ik ga doen wat ik al deed, namelijk in ieder artikel iets van mijzelf leggen, iets wat ik belangrijk vind, wat ik heb meegemaakt, waar ik voor sta. En beetje bij beetje leren jullie zo de persoon achter mijn verhalen vanzelf kennen.

Eén van de dingen die mij al een hele tijd bezig houden is ‘kaderen.’ Dat klinkt vast een beetje vaag en het is ook eigenlijk maar een raar woord. Het begon met een uitspraak van Buck Brannaman, die ik een jaar of twee geleden voor het eerst las. Het ging over hoe je met jouw lichaam (handen, benen, zit en intentie) een kader kunt zijn voor je paard. Een kader waarbinnen je rust en veiligheid creëert, want veiligheid geeft rust.

Wanneer er iets is waarbij het paard zich oncomfortabel voelt (iets engs, iets moeilijks, spanning, maar ook bijvoorbeeld iets saais) zal het een uitweg zoeken, het paard wil weg van het oncomfortabele want het is nu eenmaal een vluchtdier. Er zijn genoeg opties om dat te doen, opzij, omhoog, vooruit, achteruit en alles daar tussenin.

De kunst is om zoveel ‘feel’ te ontwikkelen als ruiter dat je de deuren naar die opties kunt sluiten, dat je grenzen rondom je paard stelt en zo dat kader van veiligheid kunt vormen. Als een soort oevers van een rivier die de richting aangeven. Zonder oevers is het water overal, maar met de oevers te dicht op elkaar stroomt de rivier over. Ieder paard is een rivier apart en heeft zijn eigen ruimte nodig, je zult dus je oevers moeten afstemmen op jouw paard. Het mooiste is dat je paard gaandeweg gaat leren dat jij voor veiligheid staat en dat het fijn is bij jou.

Nu ben ik met mijn merrie Fenna altijd echt een grondwerkteam geweest, allerlei methodes en stromingen hebben we gevolgd en een aantal hebben we ons echt eigen gemaakt. Maar het meest hebben we geleerd om elkaar te begrijpen, dat we samen een taal hebben. Daardoor kunnen we heel veel in vrijheid doen, de dagelijkse omgang is al een feestje op zich, maar we kunnen ook los door het bos wandelen, spelen op de grond, en tuigloos over hectares weiland zwerven.

Fenna doet het graag goed en doet dus ook braaf wat ik vraag, ze is alleen niet zo’n held. Op buitenrit kwam het ook regelmatig voor dat er iets engs was en dat ze bevroor, of erger nog, dat ze om wilde draaien en gaan rennen. Gelukkig kende ik haar goed genoeg om het aan te zien komen, dan voelde ik haar spanning stijgen. Meestal stapte ik dan af en liep een stukje voorop, zo kon ze weer ontspannen en konden we verder rijden. Maar jemig, ze was inmiddels al een jaar of 13 bij mij en voor een trekker stapte ik nog altijd af. Niet dat ik dat erg vond, maar blijkbaar gaf ik haar toch niet genoeg vertrouwen…

Tot ik het stukje van Buck las, het zette me aan het denken. Ik leerde hoe ik haar kon begeleiden vanuit het zadel, zachte grenzen kon stellen met mijn lichaam en intentie. Het voelde een beetje alsof ik haar handje vast kon houden van bovenaf. En beetje bij beetje werd het beter, ons sleutelwoord was contact, met een beter contact was dat kaderen veel makkelijker. Doordat ik altijd met mijn touwhalster en losse teugels rond reed voelde Fenna zich gewoon wat verloren in al die vrijheid. En toen ik met contactteugel begon te rijden, of in ieder geval als het nodig was, bleef de verbinding en voelde het veel meer sámen.

Ik zal niet zeggen dat ik nooit meer afstap, maar Fenna zoekt nu steun en ontspanning bij mij als er onderweg iets gebeurt. En mooier nog, ze leert nu ook hoe ze zelf de spanning los kan laten!