Singing in the rain

Nou ja, zingen… Ik word niet echt enthousiast als het regent wanneer ik naar buiten moet. Maar paarden hebben zorg nodig en met goede regenkleding valt het vaak toch wel mee. Maar wat doe je als het te nat is om te doen wat je van plan was en de regen al je inspiratie weggespoeld heeft?

Nu loopt Fenna als echte dame niet graag met haar gezicht in de regen en ze doet er werkelijk alles aan om haar achterwerk naar de wind/regen toe te draaien. Dan kan je een dag overslaan (hoewel, met ons klimaat zijn dat al snel meerdere dagen achter elkaar), óf je verzint opdrachten waarbij je paard met dat achterwerk in de wind uitkomt of kan blijven. Heb je gelijk een gerichte uitdaging, dat komt de relatie met je paard weer ten goede, want jij hebt een duidelijk plan voor ogen en daar houden paarden van.

P1030469P1030470P1030471

Om te beginnen is het slim om te zorgen dat je paard oké is met je regenjas zodat je die aan kan doen waar en wanneer je maar wil. Hoe reageert je paard als je een lange regenjas aan hebt als je naar hem toe gaat? En wat gebeurd er als je die jas uit trekt? En ermee wappert? En als je je paard ermee aait of zelfs inpakt met jouw jas? Pas als je paard dit allemaal prima vind en je geen tekenen van spanning bij hem ziet (let goed op het gezicht van je paard, de mondhoeken, oren en ogen laten duidelijk zien of er sprake van spanning is) kun je erover denken om met die regenjas te gaan rijden. Om er zeker van te zijn dat je paard niet opstijgt als je jas ineens wappert in de wind, kun je bovenstaande oefeningen herhalen in het zadel. Natuurlijk kan het paard dan ook schrikken, maar nu ben je erop bedacht en kun je de oefeningen langzaam opbouwen. Het handigst is dus eigenlijk om de eerste keren met mooi, windstil weer te oefenen, dan zijn paarden zelf vaak ook relaxter en heb je meer kans op succes! Dit stukje zou net zo goed voor een paraplu kunnen gelden trouwens, en voor ieder ander materiaal wat je bedenken kan. De reden dat ik een jas gekozen heb is omdat veel mensen dat over het hoofd zien, ze trekken ineens een lange regenjas aan met slecht weer en dat kan soms mis gaan. Hoe fijn is het als jij je regenjas aantrekt en je paard onverstoorbaar op jou gericht blijft zonder afgeleid te zijn door een wapperende jas?!

Een oefening die je in de regen zou kunnen doen is een vierkant zijwaarts/achterwaarts (onder het zadel of vanaf de grond) maken, hierbij blijft je paard in dezelfde richting kijken zodat het gezicht droog blijft; extra motivatie om niet schuin achterwaarts te gaan! Hoe? Zet 4 pylonnen in een vierkant neer en begin in een hoek naar keuze, ga achterwaarts (buiten de pylonnen om) naar de volgende pylon en ga de pylon net voorbij zodat het hoofd bij de pylon eindigd. Dan zijwaarts langs het vierkant weer tot net voorbij de 3e pylon, vervolgens voorwaarts naar de 4e pylon (stop wanneer je paard helemaal voorbij de pylon is en de pylon net schuinachter het achterbeen is) en als laatste zijwaarts (andere kant als net) terug naar de laatste pylon. Bouw deze oefening langzaam op, is je paard bekend met dit soort puzzels dan kan het wat sneller, maar is het nieuw voor jullie? Neem dan kleine stapjes en geef je paard tijd om na te denken, het vierkant hoeft niet op één dag af, zie het als een puzzel waar je iedere keer wat stukjes aan toevoegt.

Ook leuk zijn overgangen stap-achterwaarts op een rechte lijn (hoefslag), gaat je paard net zo goed achterwaarts als voorwaarts?

En als je paard niet zo graag z’n voorhand verplaatst, zet hem dan zo neer dat het gezicht in de regen is, dan vraag je hem de voorhand te verplaatsen en je eindigt met het gezicht uit de wind/regen. Wedden dat die beloning gewaardeerd word! Als je aan het rijden bent en toch de hoefslag wil volgen, of een buitenrit aan het maken bent, kun je schouderbinnenwaarts en schouderbuitenwaarts afwisselen om de achterhand in de wind te houden, net hoe de wind staat.

Heb je een pedestal, autoband, pallet of iets anders waar je paard op kan staan? Dit kun je natuurlijk ook met achterhand richting de wind doen, oké niet te lang, onze achterhand houd ons iets minder uit de wind en regen dan bij het paard het geval is ?

Natuurlijk zijn dit geen dingen die je een uur gaat volhouden, daar word niemand blij van en sommigen zijn best zwaar fysiek en/of mentaal gezien. Dan ga je gewoon na een korte sessie samen schuilen bij een pluk hooi, even samen tijd doorbrengen zonder iets te moeten. Paarden vinden dat fijn, samen zijn zonder dat je iets van ze verwacht (wie niet?!), en bovendien is het geluid van malende paardenkaken zo heerlijk rustgevend voor jezelf!


 

Comfortzone, learningzone… Hoe zit het met mijn eigen kader?

Ken je dat, dat je aan iets compleet nieuws begint, in het diepe springt, en dan moeite hebt dit binnen je eigen gevormde kadertje te passen? Dat kadertje kun je ook wel het randje van je comfortzone noemen, daarbinnen is alles wat je kent en kunt, het is veilig. Maar net op de rand, zelfs nog een beetje erbuiten, daar is de ‘learningzone’ en wil je groeien dan moet je toch echt daar zijn.

Bijna een jaar geleden begon ik met mijn merrie Fenna aan een instructeursopleiding voor werk aan de lange teugel. Een enorme uitdaging en voor mij aardig buiten het randje van die comfortzone. ‘Waarom begin je er dan aan?’ zal je misschien denken. Als ‘grondwerkmeisje’ wist ik weinig van dressuur, maar naarmate Fenna ouder werd ging mijn interesse toch steeds meer richting fysieke training. Hoe hou ik mijn paard gezond en fit? Want hoe ouder ze word, hoe minder dat vanzelf gaat. Net als bij mijzelf trouwens, maar dat terzijde.

Ik vond een opleiding in de klassieke dressuur, waar de basis ligt bij de biomechanica van het paard, en waar ook rekening word gehouden met het mentale deel. Die dressuur was wel een heel nieuwe wereld voor mij, ik wist zeker dat dit ons echt verder zou gaan helpen, maar we hadden nog zoveel te leren. Het was soms best even worstelen om dit in te passen  in onze manier van werken, vooral mentaal voor mij. En als ik er niet volledig in kan stappen dan gaat Fenna geen kant op, dan wacht ze echt tot ik heel zeker ben van mijn zaak en precies weet wat ik doe. Dat is heel mooi, maar niet zo praktisch als je impuls nodig hebt… En zonder impuls geen stromende rivier die je kan kaderen, en zonder kader… Afijn, dat cirkeltje is bekend.

Buck Brannaman kwam ons wederom te hulp met zijn quote. Want lange teugelwerk is wel zo’n beetje het ultieme kaderen! Je paard loopt voor je uit en het enige wat je hebt zijn die lange teugels, geen benen, geen zit en wel veel afstand. Geen wonder dat ze dit in Wenen pas oppakken als het paard aan de hand en onder het zadel goed is opgeleid, het word gezien als de kroon op het werk. En dus moesten we flink aan de bak om ook hier ons kader goed te krijgen, écht goed want je valt gelijk door de mand als er ergens een oneffenheid in één van je oevers zit. Compenseren is ook bijna niet te doen, althans, niet zonder dat het heel duidelijk zichtbaar is, je word je je heel bewust van jezelf, je eigen houding, je eigen manier van lopen, je timing en ritmegevoel.

Oké, dit werd me een beetje veel. Maar ik wilde hier zo graag beter in worden en dus hakte ik alles op in kleine stukjes. Ik werkte aan mijn houding en ‘loopje’ terwijl ik de hond uitliet, of met de kids naar school wandelde. Ik oefende met Fenna op alles wat we leerden, en probeerde dat een beetje spelenderwijs te doen. Het ging allemaal aardig, maar het werk aan de dubbele longe kostte ons wel wat bloed, zweet en tranen (nou ja, veel zweet en een beetje tranen, gelukkig geen bloed) en als we niet aan deze opleiding begonnen waren had ik nooit doorgezet. Dan had ik die dubbele longe in de kast gesmeten en lekker zonder touw in de wei gaan spelen.

Gelukkig kwam mijn competitiedrang om de hoek kijken, zodra ik in een groepje werk wil ik zeker niet achter blijven, en dan komt die drang in mij naar boven. Ik heb hem omarmd en gebruikt om door te zetten, ik kan dit! En het is gelukt, we zijn nu bijna een jaar verder en mijn pony is superknap in haar nieuwe sportlook. We trainen harder en serieuzer dan ooit, maar ze heeft veel meer lol in alles wat we doen, gewoon omdat ze zich goed voelt.

Het werk aan de lange teugel voelt nu ‘eigen’ en hoort echt bij onze bezigheden, ingekaderd en wel. En wonder boven wonder, werk aan de dubbele longe ook. Sinds we beiden ontdekt hebben hoe creatief je hiermee kunt zijn, hebben we er echt lol in! Ik kan dus wel zeggen dat ik uit mijn kadertje gebarsten ben, en heb mezelf maar gelijk een nieuwe aangemeten. Een flexibele deze keer want ik ben mooi niet van plan om te stoppen met groeien!